Wat is een erfdienstbaarheid?
Inhoudsopgave
Andere voorbeelden zijn: recht van vrij uitzicht, weg, afwatering en leidingen door de grond van een ander te hebben. Dit soort rechten worden meestal gevestigd via een notariële akte, maar kunnen ook ontstaan door verjaring na een periode van 20 jaar.
Vestiging van een erfdienstbaarheid
Een erfdienstbaarheid wordt gevestigd door het bereiken van wilsovereenstemming en vastlegging daarvan in een notariële akte, ook wel vestigingsakte genoemd. De vestigingsakte dient vervolgens te worden ingeschreven in het register bij het Kadaster.
Daarnaast kan erfdienstbaarheid ontstaan door verjaring als het gebruik van het dienende erf gedurende 20 jaar plaatsvindt zonder onderbreking. Deze rechten gaan over op nieuwe eigenaren wanneer het eigendom van het heersende of dienende erf wordt overgedragen.
Dienend erf en heersend erf
Bij een erfdienstbaarheid bestaat er altijd een ‘heersend erf’ en een ‘dienend erf’. De eigenaar van het dienende erf heeft in het voorbeeld van het recht van overpad, te dulden dat de eigenaar van het heersend erf daar gebruik van maakt. De erfdienstbaarheid gaat van rechtswege over op de opvolgend eigenaar van het dienende of het heersende erf. Het dienende erf mag echter beperkingen opleggen binnen de grenzen van de erfdienstbaarheid.
Een dulden of een niet doen
Een erfdienstbaarheid kan volgens de wet bestaan uit “een verplichting om op, boven of onder een der beide erven iets te dulden of niet te doen.” Het moet dus gaan om een ‘dulden’ of een ‘niet doen’. Een actieve verplichting van de eigenaar van het dienend erf kan niet worden vastgelegd in een erfdienstbaarheid. In dat geval zal gebruik moeten worden gemaakt van bijvoorbeeld een kettingbeding.
Het dulden of niet doen moet gaan om iets feitelijks. Zo kan met een erfdienstbaarheid niet opgelegd worden bepaalde rechtshandelingen niet te verrichten. Te denken valt aan het verbieden van het aangaan van een (specifieke) huurovereenkomst. Dit zou zich wel weer kunnen laten regelen door het vastleggen van een kwalitatieve verplichting.
Nevenverplichting bij het dulden of niet doen
Een uitzondering op het dulden of niet doen is een zogenoemde ‘nevenverplichting’. Het is mogelijk om bij een recht van erfdienstbaarheid een nevenverplichting op te nemen. Het moet gaan om een verplichting die ten dienste staat van de uitoefening van de erfdienstbaarheid. De nevenverplichting kan bestaan uit het aanbrengen van gebouwen, werken of beplantingen. Zo kan bijvoorbeeld ten dienste van een recht van overpad worden bedongen dat een brug of een weg wordt aangelegd.
Een onderhoudsverplichting of bouwverplichting
Een tweede uitzondering op het ‘dulden of niet doen’ vormt de bouw- of onderhoudsverplichting. Deze verplichting tot het verrichten van een actieve handeling, te weten het aanbrengen of onderhouden van een bouwwerk, kan wel bij erfdienstbaarheid worden gevestigd.
Einde van de erfdienstbaarheid
Een erfdienstbaarheid kan door de betrokken partijen in onderling overleg worden beëindigd. Het betreft een meerzijdige rechtshandeling. Beëindiging vindt plaats door afstand te doen van het recht in een notariële akte. In het geval de eigenaar van het heersend erf afstand wil doen, is de eigenaar van het dienende erf in beginsel gehouden daar medewerking aan te verlenen. Een tweede grondslag waarop een erfdienstbaarheid kan eindigen is door vermenging. Wanneer een eigenaar van het heersende erf ook eigenaar wordt van het dienende erf, gaat het recht van erfdienstbaarheid teniet. Tot slot kan in een aantal bijzondere omstandigheden de rechter op vordering van het dienende erf een erfdienstbaarheid opheffen.
Advocaat vastgoed
Heeft u nog vragen over het bovenstaande, of wordt u geconfronteerd met de rechten van een erfdienstbaarheid, wordt daar inbreuk op gemaakt, of wilt u een vordering tot opheffing of wijziging van een erfdienstbaarheid instellen bij de rechtbank? Neem dan vrijblijvend contact op met een van de advocaten vastgoedrecht van Flinck advocaten via [email protected] of bel met 020-2610234.

Mathieu Vreeswijk
Advocaat
Inhoudsopgave
Veelgestelde vragen
Erfpacht en opstal: waar op letten bij een koopovereenkomst?
Controleer canon/duur, herzieningsmomenten en bijzondere verplichtingen. Laat de notariële en gemeentelijke voorwaarden juridisch toetsen vóór ondertekening.
Welke servicekosten zijn redelijk en hoe vorder ik te veel betaalde bedragen terug?
Alleen redelijke en gespecificeerde servicekosten zijn verschuldigd. Vraag een jaaroverzicht op, betwist onterechte posten en vorder het verschil terug als de verhuurder niet corrigeert.
Wat zijn mijn rechten bij een VvE-bijdrage die ik onjuist vind?
De hoogte en besteding van de VvE-bijdrage volgen uit de splitsingsakte, begroting en besluiten. Vind je een besluit onredelijk, dan kun je binnen de termijn vernietiging bij de rechter vragen.
Hoe beëindig ik een contract: opzeggen of ontbinden?
Opzeggen kan bij duurovereenkomsten als dat contractueel of wettelijk mag; ontbinden kan bij tekortkoming. Check termijnen en gevolgen zorgvuldig.
Waar let ik op in een licentieovereenkomst of distributieovereenkomst?
Regel territorium en exclusiviteit, KPI’s, IP-rechten, aansprakelijkheid en beëindiging. Leg remedies vast bij niet-halen van doelen.
Waarom is een contract laten controleren verstandig?
Een review voorkomt onduidelijke clausules en dure geschillen. Laat in elk geval aansprakelijkheid, garanties, looptijd/opzegging en geschilbeslechting toetsen.


