Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens dringend eigen gebruik

Geplaatst door: Willem van Agt

De mogelijkheden voor de verhuurder om een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte op te zeggen zijn beperkt. Een van die mogelijkheden voor beëindiging van een huurovereenkomst bedrijfsruimte is opzegging met een beroep op dringend eigen gebruik.

Opzegtermijn

De meeste huurovereenkomsten van 290-bedrijfsruimte (bijvoorbeeld horeca of een winkel) gelden voor vijf jaar. Na het verstrijken van die eerste termijn wordt de huurovereenkomst van rechtswege met vijf jaar verlengd. De huurovereenkomst kan alleen tegen het einde van een termijn worden opgezegd. Die opzegging moet dan ook nog voldoen aan een opzeggingstermijn van minstens een jaar. Het is dus belangrijk dat de opzegging op tijd plaatsvindt. Anders moet weer vijf jaar gewacht worden met de opzegging.

Dringend eigen gebruik

Bij een 290-bedrijfsruimte is de huurder de eerste tien jaar in beginsel beschermd. De opzeggingsgronden zijn beperkt.

Beëindiging van de huurovereenkomst van 290-bedrijfsruimte op grond van dringend eigen gebruik is geregeld in artikel 7:296 lid 1 sub b BW. Van dringend eigen gebruik is sprake wanneer de verhuurder aannemelijk maakt dat hijzelf of iemand anders die in nauwe relatie tot hem staat het verhuurde persoonlijk in duurzaam gebruik wil nemen en hij daartoe het verhuurde dringend nodig heeft. Het kan dus gaan om de verhuurder zelf, maar ook om zijn echtgenoot, een bloed- of aanverwant in de eerste graad of een pleegkind.

Als de huurder niet akkoord gaat met de opzegging, dient de verhuurder een procedure te starten bij de kantonrechter. De verhuurder moet dan voldoende aannemelijk maken dat hij:

  • de wil heeft tot;
  • dringend en duurzaam in gebruik nemen van het gehuurde.

De wil om de zaak persoonlijk in duurzaam gebruik te nemen moet ten tijde van de opzegging bestaan. De wil moet ook tijdens het voeren van de procedure (tot en met de uitspraak) bestaan. Het voorgenomen gebruik hoeft niet hetzelfde te zijn als het gebruik door de huurder. Het gaat erom dat de verhuurder kan laten zien dat hij het verhuurde daadwerkelijk gaat gebruiken.

Als de rechter vaststelt dat sprake is van dringend eigen gebruik, dan moet de rechter de beëindiging toewijzen. Er is dan geen ruimte voor een belangenafweging.

Tegemoetkoming verhuis- en inrichtingskosten

Op grond van artikel 7:297 BW kan de rechter de verhuurder bij een succesvolle opzegging verplichten de huurder een tegemoetkoming in diens verhuis- en inrichtingskosten te betalen. Voor de huurder is het van belang hier expliciet een beroep op te doen. En deze kosten goed te onderbouwen. Voor de verhuurder is het van belang die kosten juist te betwisten. Dit om de tegemoetkoming zo laag mogelijk te houden. Een tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten is niet een schadeloosstelling, maar echt een tegemoetkoming.

Bent u verhuurder en wilt u zelf gebruik maken van het verhuurde? Of bent u huurder van bedrijfsruimte en wordt u geconfronteerd met een opzegging door uw verhuurder? Neem dan contact op met een gespecialiseerde advocaat vastgoedrecht via 020 – 26 10 234 of via e-mail: agt@flinckadvocaten.nl

Willem van Agt

Advocaat

Bij Flinck Advocaten houdt Willem zich met name bezig met het procederen en adviseren op het gebied van ondernemingsrecht, vastgoedrecht, verbintenissenrecht, beslag, executie en faillissementsrecht.

Meest recente artikelen