Go to Top

Meerwerk: wie draait er op voor extra werkzaamheden?

MeerwerkHet komt in de praktijk regelmatig voor dat partijen voor een bepaalde opdracht op voorhand een vaste prijs afspreken. Gedacht kan worden aan aangenomen werk in de bouw, maar aangenomen werk kan zich ook buiten de bouwsector voordoen. Gedacht kan worden aan het opleveren van een machine of anderzins. Als er wordt afgeweken van de afspraken die aanvankelijk zijn gemaakt kan dit zorgen voor meerwerk. Wat inhoudt dat er meer betaald moet worden omdat er werkzaamheden zijn verricht die buiten de vaste prijsafspraak vallen. Wie moet dit meerwerk betalen? In deze bijdrage leest u meer over wanneer meerwerk verschuldigd raakt.

Wat is meerwerk?

Kort gezegd, omvat meerwerk de werkzaamheden voor de opdrachtnemer die bovenop de werkzaamheden komen hij bij het aangaan van de overeenkomst voorzag. Vaak wordt een opdrachtnemer tijdens een opdracht geconfronteerd met meerwerk. Bijvoorbeeld omdat er onverwachte werkzaamheden nodig blijken, of omdat de opdrachtgever een andere keuze maakt voor het te gebruiken materiaal of het ontwerp.

“Meerwerk kan worden omschreven als een verrichting van de aannemer die uitgaat boven zijn verplichting om het […] omschreven werk uit te voeren, zodat de aannemer voor het doen van deze verrichting recht heeft op bijbetaling boven de overeengekomen aannemingssom” (RvA, 14 juli 1999, nr. 21.097).

Meerwerk en minderwerk

Tegenover meerwerk staat zogenaamd minderwerk. Minderwerk ziet op werkzaamheden die niet zijn, of niet behoefden te worden, uitgevoerd. Denk bijvoorbeeld aan een uitbouw die niet langer hoefde te worden geplaatst, of het gebruik van goedkope(re) materialen in het werk. Als er naast meerwerk sprake is van dergelijk minderwerk, mogen deze vorderingen in beginsel met elkaar worden verrekend. Dit betekent dat, de vordering uit meerwerk en de schuld uit minderwerk tegen elkaar mogen worden ‘weggestreept’. Beide verbintenissen gaan dan hun gezamenlijk beloop teniet.

Wie draait er op voor de extra kosten?

Artikel 7:755 BW bepaalt dat de opdrachtnemer in geval van een door de opdrachtgever gewenste toevoeging of verandering in het werk alleen een verhoging van de prijs kan vorderen, wanneer hij de opdrachtgever heeft gewezen op de daaruit voortvloeiende prijsverhoging, tenzij de opdrachtgever dat uit zichzelf had moeten begrijpen. Met andere woorden: de opdrachtnemer moet de opdrachtgever expliciet wijzen op de extra kosten die mer het meerwerk zijn gemoeid. Anders draait hij mogelijk zelf op voor de gemaakte kosten.

Advies: duidelijke communicatie

De wettelijke regeling is gericht op bescherming van de opdrachtgever. Daarom mag er ook niet ten nadele van de opdrachtgever van artikel 7:755 BW worden afgeweken. De opdrachtgever moet de gelegenheid krijgen om te beslissen of hij het meerwerk, ondanks de hogere prijs, door de aannemer wil laten uitvoeren.

Wordt u onverwachts geconfronteerd met meerwerk bij de de uitvoering van werkzaamheden? Wijs uw opdrachtgever voordat u meerwerk uitvoert, duidelijke en expliciet, op de daarmee gemoeide kosten. Daarmee voorkomt u dat u zelf voor de kosten van extra uitgevoerde werkzaamheden opdraait.

Advocaat verbintenissenrecht

Heeft u nog vragen over het bovenstaande? Of wordt u geconfronteerd met meerwerk tijdens een door u aangenomen opdracht? Neem dan gerust contact op met een gespecialiseerde advocaat verbintenissenrecht van Flinck Advocaten via telefoonnummer 020 – 26 10 234.