Matiging van de contractuele boete

Geplaatst door: Willem van Agt

In een overeenkomst kan een contractuele boete worden opgenomen. Bijvoorbeeld in een koopovereenkomst voor een huis zie je dit vaak terug (waarover hier meer). Het komt geregeld voor dat de ene partij een beroep doet op het boetebeding, maar de andere partij het daar niet meer eens is. Of dat het onmogelijk is om de boete te betalen. Diegene kan dan in een procedure een verzoek doen bij de rechter tot matiging van deze contractuele boete. Maar wanneer kan en mag de rechter een boete matigen? En waar houdt de rechter rekening mee bij matiging?

De mogelijkheid van matiging door de rechter

De rechter heeft op grond van artikel 6:94 BW de mogelijkheid om te boete te matigen. Dit betekent dat de rechter kan bepalen dat er minder betaald moet worden dan in eerste instantie was afgesproken door partijen. De rechter mag dit echter alleen doen als de billijkheid deze matiging klaarblijkelijk eist. Vaak is de schade die daadwerkelijk is geleden lager dan de hoogte van de contractuele boete. De normale boete bij een koopovereenkomst voor een huis van 10% van de koopsom is namelijk – vaak – erg hoog. De schade bestaat bijvoorbeeld slechts uit het opnieuw moeten verkopen en tijdelijk dubbele lasten. De rechter kan de boete niet zelfstandig matigen. Er moet om worden verzocht.

In verschillende uitspraken wordt duidelijk hoe de rechter met matiging moet omgaan.

Wanneer kan en mag de rechter matigen?

In principe moet de rechter zich terughoudend opstellen als het gaat om de matiging van een contractuele boete. De Hoge Raad heeft in 2000 besloten dat een enorme wanverhouding tussen de geleden schade en de hoogte van de boete in principe voldoende kan zijn om de boete te matigen (ECLI:NL:HR:2000:AA4779). Dit betekent dus dat de hoogte van de boete veel hoger is dan de schade die is geleden. Bijvoorbeeld als de boete € 40.000 is maar de schade maar € 2.000. Dan kan er sprake zijn van een enorme wanverhouding. De toepassing van de contractuele boete moet leiden tot een buitensporig en daarmee onaanvaardbaar resultaat, voordat de rechter tot matiging kan en mag overgaan.

Meewegende omstandigheden

In 2007 heeft de Hoge Raad bepaald dat de rechter met de volgende omstandigheden rekening moet houden (ECLI:NL:HR:2007:AZ6638):

  1. De aard van de overeenkomst;
  2. De inhoud van de overeenkomst;
  3. De strekking van het boetebeding.

Met de strekking van het boetebeding bedoeld de rechter dat het gaat om een duwtje in de rug. De contractuele boete moet worden gezien als een prikkel om partijen ertoe te bewegen de koopovereenkomst na te komen. De strekking van deze boete is niet dat de eventuele schade wordt gedekt.

Matiging van de boete: enkele voorbeelden

Als iemand handelt als particulier, dan mag de rechter daar meer gewicht aan toekennen in zijn oordeel om te matigen (ECLI:NL:HR:2012:BW4986). Bijvoorbeeld als het gaat om iemand die een woning koopt om daar met zijn gezin te wonen. Maar niet iemand die een huis koopt als belegging voor zijn spaargeld.

De rechter van de Rechtbank Overijssel heeft in 2019 een contractuele boete gematigd (ECLI:NL:RBOVE:2019:2935). De rechter oordeelde hier dat de schade en de hoogte van de contractuele boete te veel uiteenliepen. De koper kon de koopsom niet betalen. Hierdoor kon de verkoper de woning niet aan de koper leveren, maar ook niet verkopen aan een ander. De verkoper stelde dat zij haar woning had geschilderd op verzoek van de koper. Vervolgens verbleef zij in een vakantiewoning. Deze vakantiewoning was echter eigendom van de verkoper. De rechter vond dat de verkoper haar geleden schade niet voldoende had onderbouwd. Ook zou de koper in nog grotere financiële problemen komen als zij de contractuele boete helemaal moest betalen. Er ontstond een buitensporige verhouding tussen de schade en de hoogte van de boete. Met als gevolg een onaanvaardbaar resultaat.

Ook het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden keek in 2020 naar deze omstandigheden (ECLI:NL:GHARL:2020:3416). Na het sluiten van de koopovereenkomst was de financiële situatie van de koper verslechterd. Hij leefde namelijk op bijstandsniveau. Het ging hier om een particulier. Dit is een omstandigheid waar de rechter rekening mee houdt. Als laatste oordeelde de rechter dat de koop van een woning door een particulier vaak wordt gefinancierd met een hypothecaire lening. Maar dat betekent niet dat de contractuele boete ook met zo’n lening moet worden gefinancierd. Het Hof concludeerde dat door deze omstandigheden de toepassing van de contractuele boete leidde tot een buitensporig en onaanvaardbaar resultaat.

Meer informatie?

Wilt u meer informatie over het matigen van een contractuele boete door de rechter? Of heeft u vragen? Neem dan vrijblijvend contact op met mr. Willem van Agt van Flinck Advocaten via 020 – 26 10 234 of per e-mail: agt@flinckadvocaten.nl.

Willem van Agt

Willem van Agt

Advocaat

Bij Flinck Advocaten houdt Willem zich met name bezig met het procederen en adviseren op het gebied van ondernemingsrecht, vastgoedrecht, verbintenissenrecht, beslag, executie en faillissementsrecht.

Meest recente artikelen