Go to Top

Boetebeding in de huurovereenkomst altijd van toepassing?

Boetebeding in de huurovereenkomst

Een huurder kan zijn huurovereenkomst overtreden door bijvoorbeeld overlast of illegale onderhuur. Dit kan de verhuurder noodzaken tot een rechtszaak om de overtreding op te heffen. In veel gevallen kan dan ook een contractuele boete worden gevorderd van de huurder. Dit is mogelijk als tussen verhuurder en huurder een boetebeding geldt. Flinck Advocaten over de toepasselijkheid van het boetebeding in de huurovereenkomst.

Boetebeding van toepassing

Een boetebeding moet tussen verhuurder en huurder zijn overeengekomen. Een boetebeding kan in de huurovereenkomst zelf staan. Na ondertekening van die overeenkomst, geldt ook het boetebeding. Meestal heeft het boetebeding een plaats in de algemene bepalingen van een huurovereenkomst. Zoals de ROZ Algemene Bepalingen.

Voor toepasselijkheid van algemene bepalingen – en het boetebeding – is ten eerste van belang dat de algemene bepalingen vóór of tijdens het sluiten van de huurovereenkomst aan de huurder ter hand zijn gesteld. Ten tweede dient een huurder afzonderlijk voor ontvangst van de algemene bepalingen te tekenen. De ROZ modellen hanteren hiervoor op de slotpagina van een huurovereenkomst de onderstaande passage:

Afzonderlijke handtekening[en*] van Huurder[s*] voor de ontvangst van een eigen exemplaar van de ‘ALGEMENE BEPALINGEN HUUROVEREENKOMST KANTOORRUIMTE en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW’ als genoemd in artikel x

Handtekening[en*] Huurder[s*]:

 _________________________

Uit rechtspraak blijkt dat deze “tweede” handtekening essentieel is voor een beroep op het boetebeding.

Boetebeding niet van toepassing

Het komt voor dat een huurder op de slotpagina van een huurovereenkomst slechts één handtekening zet. Maar dat hij niet afzonderlijk tekent voor de ontvangst van de algemene bepalingen. Die “tweede” handtekening is wel essentieel indien een verhuurder een beroep op het boetebeding wil doen. Het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft namelijk bepaald dat in een procedure de huurder altijd de gelegenheid krijgt om te onderbouwen dat het boetebeding van de algemene bepalingen niet is overeengekomen. Volgens het hof slaagt een huurder hierin als:

  • de huurder de ontvangst van de algemene bepalingen betwist; en indien
  • de specifieke handtekening voor ontvangst van de algemene bepalingen op de slotpagina ontbreekt.

Kortom, zonder specifieke ondertekening voor de algemene bepalingen – met daarin een boetebeding – kan de huurder onder de contractuele boete uitkomen (na een overtreding). Nauwkeurigheid bij de totstandkoming van een huurovereenkomst met algemene bepalingen is een verhuurder dan ook sterk aan te bevelen.

Meer informatie?

Wilt u meer informatie? Aarzelt u dan niet om contact op te nemen met Flinck Advocaten op telefoonnummer 020 – 26 10 234 of per e-mail: info@flinckadvocaten.nl.