Go to Top

Bestuurdersaansprakelijkheid: het ROC in Leiden

bestuurdersaansprakelijkheid

De bestuurders van het ROC Leiden zijn niet persoonlijk aansprakelijk voor het gevoerde beleid rondom de bouw van twee nieuwe schoolpanden in 2011-2012. Aan hen kan namelijk geen ernstig verwijt gemaakt worden, zo oordeelde de rechtbank Midden-Nederland recent. Maar, wanneer is er (wel) sprake van bestuurdersaansprakelijkheid? En, wat is voor deze persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders vereist? Advocaat mr. Vincent Melens van Flinck Advocaten bespreekt bestuurdersaansprakelijkheid aan de hand van de recente ROC Leiden-uitspraak.

Bestuurdersaansprakelijkheid

Voor persoonlijke aansprakelijkheid van individuele bestuurders is vereist dat zij ernstig verwijtbaar hebben gehandeld. Dit betekent dat aan een individuele bestuurder een ernstig persoonlijk verwijt moeten (kunnen) worden gemaakt. Of een bestuurder daadwerkelijk aansprakelijkheid is, hangt daarom sterk af van de ‘omstandigheden van het geval’. Maar, wanneer is er sprake van ernstig verwijtbaar handelen?

(on)Behoorlijke taakvervulling

Zoals de rechtbank stelt, is er voor bestuurdersaansprakelijkheid vereist dat er sprake is van een ernstig verwijt aan de betrokken bestuurder(s). Voor de beoordeling of daarvan sprake is, kan worden gekeken naar de taakvervulling van die bestuurder(s). Iedere bestuurder is namelijk verplicht om zijn (bestuurs)taak behoorlijk te vervullen. Dit volgt uit artikel 2:9 BW. Deze verplichting geldt tegenover de onderneming waar de bestuurder werkzaam is. Dit betekent dat de onderneming een bestuurder kan aanspreken als hij zijn werkzaamheden niet behoorlijk uitvoert. Dit wordt daarom ook wel de interne bestuurdersaansprakelijkheid genoemd. Maar wanneer is er sprake van een ‘onbehoorlijke taakvervulling’?

Bij de beoordeling of er sprake is van onbehoorlijke taakvervulling spelen alle omstandigheden van het geval een rol. Uit het (standaard)arrest Staleman/Van de Ven van de Hoge Raad volgt dat, bijvoorbeeld, wordt gekeken naar:

  • de door de rechtspersoon uitgeoefende activiteiten;
  • de in het algemeen daaruit voortvloeiende risico’s;
  • de taakverdeling binnen het bestuur;
  • de eventueel voor het bestuur geldende richtlijnen;
  • de gegevens waarover de bestuurder beschikte, of behoorde te beschikken ten tijde van de aan hem verweten beslissingen of gedragingen; en,
  • het inzicht en de zorgvuldigheid die mogen worden verwacht van een bestuurder die voor zijn taak berekend is en zijn taak ook nauwgezet vervult.

Bestuurdersaansprakelijkheid van de ROC-bestuurders

De rechtbank Midden-Nederland moest daarom in de ROC Leiden-zaak beoordelen of er aan de individuele ROC-bestuurders een ernstig verwijt kon worden gemaakt. Volgens het ROC kon dat zeker, omdat (kort gezegd) het bestuur, zonder alle risico’s in kaart te brengen, besloot (of instemde) met de bouw van twee panden in plaats van één pand, en met het doen van uitgaven van ongeveer 220 miljoen euro, terwijl het ROC niet in staat was dat bedrag te betalen.

Deze besluiten hebben bijna geleid tot het faillissement van het ROC. Enkel door leningen van de overheid van ongeveer 40 miljoen euro, kon het faillissement van ROC worden voorkomen. Volgens het ROC is daarmee (al) sprake van een (voldoende) ernstig verwijt aan alle betrokken bestuurders. Het ROC heeft verder nog een aantal (meer) specifieke verwijten gemaakt, zie daarvoor r.o. 3.3 van de uitspraak.

Het oordeel van de rechtbank?

De rechtbank is het niet eens met het ROC, en komt tot de slotsom dat het bestuur van het ROC geen ernstig verwijt valt te maken. Daarbij wijst de rechtbank op de ‘geest van die tijd’, waarin MBO-instellingen werden gestimuleerd tot concurrentie en tot het ontwikkelen van (grote) scholengemeenschappen. De rechtbank oordeelt dat het bouwproject van het ROC, waartoe de bestuurders besloten, past binnen die tijdsgeest. Van onbehoorlijke taakvervulling in de zin van artikel 2:9 BW is, volgens de rechtbank, dan ook geen sprake. Kortom: de bestuurders van het ROC zijn niet persoonlijk aansprakelijk.

Interne vs. externe bestuurdersaansprakelijkheid

Naast de interne bestuurdersaansprakelijkheid, zoals hiervoor beschreven, kan een bestuurder aansprakelijk zijn tegenover derden voor zijn optreden als bestuurder. Dit wordt de externe bestuurdersaansprakelijkheid genoemd. Hiervan is bijvoorbeeld sprake wanneer een bestuurder een verplichting aangaat namens de onderneming, terwijl hij weet of redelijkerwijs behoort te begrijpen dat deze de verplichting niet zal kunnen nakomen, en de onderneming geen verhaal zal bieden voor de schade die daardoor ontstaat.

Een ander voorbeeld van externe bestuurdersaansprakelijkheid besprak ik in mijn eerdere blog: ‘Selectieve betaling; is een bestuurder aansprakelijk?‘ Als een bestuurder in de periode (kort) voor een faillissement een selectieve betaling verricht, kan hij namelijk in sommige gevallen persoonlijk aansprakelijk zijn. Deze aansprakelijkheid geldt ten opzichte van derden en wordt daarom een externe bestuurdersaansprakelijkheid genoemd.

Meer informatie bestuurdersaansprakelijkheid?

Wilt u meer informatie over bestuurdersaansprakelijkheid?Of heeft u naar aanleiding van deze blog inhoudelijk vragen over de aansprakelijkheid van individuele bestuurders? Neem dan gerust contact op met advocaat ondernemingsrecht mr. Vincent Melens van Flinck Advocaten op telefoonnummer 020 – 26 10 234, of per mail: melens@flinckadvocaten.nl

About Vincent Melens

Vincent Melens heeft jarenlange ervaring op het gebied van ondernemingsrecht en faillissementsrecht. Bij Flinck Advocaten adviseert en procedeert hij met name op het gebied van ondernemingsrecht, beslagrecht, faillissementsrecht en contractenrecht.