Go to Top

Retentierecht en derdenwerking in de bouw

retentierecht en derdenwerkingBij het aangaan van een aannemingsovereenkomst is het verstandig om als aannemer te controleren of de opdrachtgever ook eigenaar is van de grond waarop moet worden gebouwd. Niet zelden betreft de opdrachtgever van een bouwproject een andere vennootschap dan de vennootschap die eigenaar is van de grond. In een dergelijk geval is het verstandig om ‘zwart op wit’ te krijgen dat de opdrachtgever bevoegd is om over de grond te beschikken. Advocaat mr. Mathieu Vreeswijk van Flinck Advocaten over het retentierecht en derdenwerking, en gevolgen voor het retentierecht wanneer toestemming ontbreekt. 

Retentierecht en derdenwerking in de bouw

Het retentierecht heeft in sommige gevallen ook werking tegen derden. In de eerste plaats hebben derden met een jonger recht, de rechten van de aannemer die zich op het retentierecht beroept, te respecteren zolang de vordering van de aannemer reeds bestond en de zaak reeds in zijn macht was gekomen. Het gaat om partijen die gedurende het bouwproces een vordering hebben verkregen op de opdrachtgever.

Derden met een ouder recht kunnen ook geconfronteerd worden met het retentierecht, voor zolang de schuldenaar bevoegd was deze overeenkomst, waaruit de aannemer zijn vordering ontleent, aan te gaan.

Zonder voorafgaande toestemming van de grondeigenaar mogelijk geen retentierecht

Kan de aannemer ook zijn retentierecht uitoefenen op een bouwplaats waarvan de grond niet in eigendom toebehoort aan de opdrachtgever? In beginsel heeft de eigenaar van de grond een ‘ouder recht’ namelijk het eigendomsrecht op de grond. In dat geval kan de aannemer niet zonder meer aanspraak maken op zijn retentierecht. Het is denkbaar dat de opdrachtgever niet bevoegd was om over de bouwgrond te beschikken.

In een recent uitspraak van de rechtbank Rotterdam wordt overwogen dat een professionele partij, zoals een aannemer, bij het aangaan van de aannemingsovereenkomst een onderzoekplicht heeft naar de bevoegdheid van zijn opdrachtgever om over de grond te beschikken. De aannemer heeft dus te controleren wie de eigenaar was en/of dat de eigenaar geen bezwaren heeft tegen de bouwwerkzaamheden.

Een aannemer die zonder toestemming van de grondeigenaar besluit zijn werkzaamheden aan te vangen, kan op grond van het voorgaande zijn retentierecht uiteindelijk mislopen. Het is daarom van groot belang om te controleren of de opdrachtgever ook eigenaar is van de grond, voordat de werkzaamheden worden aangevangen. Is de opdrachtgever niet de eigenaar, dan is het aan te bevelen om een schriftelijke toestemming te vragen voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden

Meer informatie?

Heeft u nog vragen over het uitoefenen van het retentierecht, of wordt u als aannemer geconfronteerd met onbetaalde termijnen en wilt u het retentierecht uitoefenen, neem dan contact op mr. Mathieu Vreeswijk van Flinck Advocaten op telefoonnummer 020 – 26 10 234, of per e-mail: vreeswijk@flinckadvocaten.nl.

About Mathieu Vreeswijk

Mathieu Vreeswijk houdt zich met name bezig met de civielrechtelijke procespraktijk. Na jarenlange ervaring te hebben opgedaan bij gerenommeerde advocatenkantoren legt hij zich bij Flinck Advocaten toe op het vastgoedrecht, verbintenissenrecht, beslag- en executierecht en zekerheden.