Go to Top

Proceskostenveroordeling

proceskostenveroordelingDe uitkomst van een procedure is vaak onzeker. Een ding is op voorhand wel duidelijk: procederen is tijdrovend en kostbaar. Als u uiteindelijk door de rechter in het gelijk wordt gesteld, dan kan de rechter daarbij een kostenveroordeling uitspreken, waarmee u (deels) in de kosten gecompenseerd wordt. Maar om welke kosten gaat het dan precies? Kunt u bijvoorbeeld de kosten van ingewonnen advies en verstuurde sommatiebrieven verhalen op uw schuldenaar? En hoe zit het met griffiegelden die aan de rechtbank betaald moeten worden of advocaatkosten die u heeft moeten maken? Advocaat mr. Vincent Melens van Flinck Advocaten bespreekt de kosten en proceskostenveroordeling in een civiele procedure.

Verschillende soorten kosten

Uit het wettelijk systeem volgt dat er verschillende kosten voor vergoeding in aanmerking komen. De volgende soorten kunnen worden onderscheiden:

  1. Buitengerechtelijke incassokosten
  2. Proceskosten
  3. Nakosten

Buitengerechtelijke incassokosten

Buitengerechtelijke incassokosten zijn kosten die u vooraf aan een procedure heeft moeten maken. Op grond van de wet (artikel 96 lid 2 onder c BW) kunt u aanspraak maken op deze kosten nadat uw debiteur in verzuim is en (voor zover het om een consument gaat) er een zogeheten veertiendagenbrief is verzonden. Dit geldt, op grond van de jurisprudentie, ook indien er geen nadere incassohandelingen worden verricht. Voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten geldt een dubbele redelijkheidstoets. Dat wil zeggen dat zowel het verrichten van de incassowerkzaamheden als de omvang daarvan redelijk dient te zijn. Naast voornoemde kosten kunnen hieronder bijvoorbeeld ook worden begrepen de (advocaat) kosten ter zake onderhandelingen. In het kader van de omvang van de kosten is er een besluit genomen aan de hand waarvan de omvang van de kosten worden vastgesteld door een forfaitair percentage dat is gerelateerd aan de hoogte van de verschuldigde hoofdsom. Op internet kunt u deze kosten eenvoudig (laten) uitrekenen (zie: http://www.buitengerechtelijke-kosten.nl). Hiervan kan overigens in het geval van handelsovereenkomsten (tussen professionele partijen) worden afgeweken.

Proceskostenveroordeling

Naast de buitengerechtelijke kosten bestaan er ook gerechtelijke kosten. Deze kosten worden ook wel de proceskosten genoemd. Het gaat om onder meer deurwaarderskosten, griffiegelden, deskundigen salarissen en getuigentaxen. Als uitgangspunt noemt de wet dat de geheel in het ongelijk gestelde partij wordt veroordeeld in de kosten. In het geval er wordt geoordeeld dat een partij gedeeltelijk ongelijk heeft, dan heeft de rechter de mogelijkheid om de vordering tot proceskosten gedeeltelijk toe te wijzen.

Omvang van de proceskostenveroordeling

Wat betreft de omvang van de vergoeding heeft de wet bijzondere regels gesteld. Er wordt hierin onderscheid gemaakt tussen procedures waarin partijen in persoon procederen (bij de kantonrechter) en waarin partijen procederen met een advocaat. Het salaris dat u aan een advocaat betaald, komt op grond hiervan niet volledig voor vergoeding in aanmerking, maar slechts gedeeltelijk, en wordt berekend aan de hand van een liquidatietarief. Afhankelijk van het financiële belang in een zaak en het aantal proceshandelingen dat is verricht, is er een vergoeding verschuldigd. De verschotten, zoals explootkosten griffierechten, getuigentaxen en het deskundigen honorarium komen wél volledig voor vergoeding in aanmerking. Overigens komt de rechter in beginsel de bevoegdheid toe om de proceskosten (net als de buitengerechtelijke incassokosten) waartoe een van de partijen wordt veroordeeld, te matigen.

Uitzonderingen: familierelaties, nodeloos gemaakte kosten, integrale proceskostenveroordeling en partijafspraken

De rechter heeft de mogelijkheid om af te wijken van voornoemde uitganspunten. In het geval partijen in familierelatie met elkaar staan, dan heeft de rechter de mogelijkheid om partijen elk hun eigen kosten te laten dragen, ongeacht wie er gelijk krijgt. Bovendien is het mogelijk dat indien kosten nodeloos zijn aangewend, deze voor rekening worden gebracht van degene die de kosten heeft gemaakt, ook al wordt hij in het gelijk gesteld. Daarnaast heeft de rechter de bevoegdheid om, in afwijking van het liquidatietarief, een partij te veroordelen tot vergoeding van de integrale proceskosten. Deze vordering wordt echter zelden toegewezen. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om bijzondere gevallen van misbruik van recht of onrechtmatige daad. Tot slot is het nog goed om op te merken dat uit de jurisprudentie volgt dat het mogelijk is voor partijen om in een overeenkomst af te wijken van de wettelijke regeling inzake proceskosten. De rechter zal in dat geval de afspraken tussen partijen in beginsel dienen te respecteren.

Voorkoming overlap buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten

Het is goed denkbaar dat kosten die gemaakt zijn ter voldoening van de vordering buiten rechte, ook vallen onder de proceskosten. Artikel 241 Rv bepaalt in dit verband voor handelsgeschillen dat advocaatkosten ter voorbereiding van een procedure, worden geacht enkel te vallen onder de proceskosten en niet mede onder buitengerechtelijke incassokosten. Dit betekent dat de kosten indien het niet tot een procedure komt vallen onder buitengerechtelijke incassokosten, maar indien het wel tot een procedure komt, deze kosten ‘van kleur verschieten’ en zodoende (enkel) vallen onder proceskosten. Op deze manier wordt voorkomen dat bepaalde kosten dubbel voor vergoeding in aanmerking komen. Dit laat de aanspraak op een vergoeding van de overige buitengerechtelijke kosten onverlet.

Andere regels voor IE-zaken, als uitgangspunt een reële proceskosten vergoeding

In het geval van IE-zaken, zoals procedures over domeinnamen, kent de wet een afwijkende regeling. Anders dan voor de civiele zaken geldt hier als hoofdregel een reële proceskosten veroordeling, zoals vermeld in artikel 1019h Rv. De wet spreekt over een redelijke en evenredige kostenvergoeding, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. Omdat op voorhand niet eenduidig is vast te stellen wat redelijk en evenredig is, zijn er indicatietarieven opgesteld.

Nakosten

Onder de nakosten wordt tot slot begrepen de kosten die ontstaan nadat een procedure is geëindigd. Gedacht kan worden aan de betekening van het vonnis aan de (in het ongelijk gestelde) wederpartij. Ook hiervoor is een liquidatietarief vastgesteld. Volgens deze regels worden de kosten forfaitair gesteld op EUR 131,- als het de vordering in conventie of reconventie word toegewezen en op EUR 205,- indien de vorderingen in conventie én reconventie worden toegewezen. Bovendien worden de nakosten verhoogd met EUR 68,- indien het vonnis betekend moet worden in verband met te treffen executiemaatregelen.

Meer informatie?

Wilt u meer informatie over kosten en een proceskostenveroordeling in de civiele procedure, aarzelt u dan niet om contact op te nemen met advocaat mr. Vincent Melens van Flinck Advocaten op telefoonnummer 020 – 26 10 234 of per e-mail: melens@flinckadvocaten.nl.

About Vincent Melens

Vincent Melens heeft jarenlange ervaring op het gebied van ondernemingsrecht en faillissementsrecht. Bij Flinck Advocaten adviseert en procedeert hij met name op het gebied van ondernemingsrecht, beslagrecht, faillissementsrecht en contractenrecht.