Go to Top

Opschorting

opschortingPartijen kunnen over en weer elkaars schuldenaar en schuldeiser zijn. Zoals een verkoper die een product moet leveren en de koopprijs ontvangt, en de koper die moet betalen en het product geleverd krijgt. Wanneer één partij niet (of gedeeltelijk) nakomt, zal de ander geneigd zijn de eigen prestatie achter te houden. Het achterhouden van de eigen prestatie heet “opschorting”. Advocaat mr. Sebastiaan Kieffer van Flinck Advocaten over de voorwaarden voor opschorting en de risico’s van opschorting bij schadevergoeding.

Voorwaarden voor opschorting

Uit de wettelijke bepaling van artikel 6:52 BW volgen de volgende voorwaarden:

  1. Niet-nakoming: Opschorting is een reactie van een schuldenaar op de (gedeeltelijke) niet-nakoming door de schuldeiser van zijn prestatie. Het is niet vereist dat deze niet-nakoming de schuldeiser kan worden toegerekend of dat het verwijtbaar is.
  2. Opeisbare vordering: Een schuldenaar kan opschorten indien zijn vordering op de schuldeiser opeisbaar is. Let hierbij op het moment dat een prestatie opeisbaar is. Bij een leveringstermijn kan de koper pas zijn prestatie opschorten nadat de leveringstermijn is verstreken (en er niet is geleverd).
  3. De schuldenaar die wil opschorten verkeert zelf niet in verzuim jegens zijn schuldeiser.
  4. Er kan slechts worden opgeschort totdat de eigen vordering op de schuldeiser is voldaan.
  5. Proportionaliteit: De vraag of opschorting gerechtvaardigd is, wordt beantwoord naar de maatstaven van de redelijkheid en billijkheid. Zo kan het onrechtvaardig zijn om als koper de volledige betaling op te schorten terwijl een leverancier maar gedeeltelijk gebrekkig heeft geleverd.
  6. Connexiteit: Er dient voldoende samenhang tussen de prestaties te bestaan. Een zeker verband tussen de twee prestaties hangt af van de aard van de wederzijdse prestaties, of de prestaties uit dezelfde rechtsverhouding voortkomen en/of partijen regelmatig zaken hebben gedaan.

Opschorting bij wederkerige overeenkomsten

In artikel 6:262 BW staat een opschortingsbevoegdheid die geldt bij wederkerige overeenkomsten. Wederkerige overeenkomsten kenmerken zich door tegenover elkaar staande verplichtingen. Zie de koopovereenkomst met de verplichting tot betaling van de koopprijs enerzijds en de levering van een product anderzijds.

Doorgaans zal voor opschorting de wanprestatie van een partij vaststaan. Bij wederkerige overeenkomsten is het ook mogelijk dat de partij die als eerst behoort te presteren zijn prestatie kan opschorten vanwege een vermoeden dat de ander zijn verplichting niet nakomt. Bij een koopovereenkomst kan de verkoper (die gewoonlijk na levering wordt betaald) zijn levering opschorten indien hij vóór levering verneemt dat de koper zal gaan verzuimen te betalen.

Hoewel wanprestatie het uitgangspunt is voor opschorting, kan ook de vrees voor niet-nakoming opschorting rechtvaardigen. Deze onzekerheidsexceptie staat bekend als de “exceptio non adimpleti contractus” (of: “enac”).

Opschorten vanwege schade en eigen risico

Een schuldenaar kan zijn prestatie ook opschorten indien de schuldeiser schade aan hem heeft toegebracht en die schade nog niet is vergoed. De omvang van schade en ook de verplichting tot betaling van die schade staan vaak niet op voorhand vast en kunnen onduidelijk zijn. Toch oordeelde de Hoge Raad dat indien de omvang van schade nog niet vaststaat, dat die onduidelijkheid niet hoeft te betekenen dat die schadevergoeding niet opeisbaar is. Schadevergoeding is namelijk opeisbaar vanaf het tijdstip dat de schade is geleden. Zolang die schade niet wordt vergoed door de schuldeiser, kan de benadeelde schuldenaar zijn eigen prestatie opschorten.

Let op! Opschorting komt voor eigen risico. Volgens de Hoge Raad ligt het op de weg van degene die zich op het opschortingsrecht beroept, dat hij zijn gestelde tegenvordering en de omvang van zijn schade voldoende onderbouwt. Indien de schuldenaar ten onrechte zijn prestatie heeft opgeschort, en er geen onderbouwing voor de schade is, dan verkeert die partij in verzuim. Dan staat vast dat de schuldenaar te laat is met zijn prestatie die hij nog is verschuldigd. De schuldenaar kan dan tevens extra kosten verschuldigd zijn, zoals wettelijke rente.

Meer informatie?

Er bestaan meer specifieke opschortingsbevoegdheden. In artikel 3:290 BW staat bijvoorbeeld het retentierechtHet retentierecht biedt de schuldenaar die verplicht is iets af te geven aan de schuldeiser, de mogelijkheid om die zaak toch onder zich te houden. De schuldenaar kan die zaak onder zich houden totdat die schuldeiser zijn schuld aan de schuldenaar heeft voldaan, zie verder het retentierecht.

Wilt u meer informatie over opschorting, aarzelt u dan niet om contact op te nemen met advocaat mr. Sebastiaan Kieffer van Flinck Advocaten op telefoonnummer 020 – 26 10 234 of per e-mail: kieffer@flinckadvocaten.nl.