Go to Top

Boetebeding in de huurovereenkomst

Boetebeding in de huurovereenkomstVanwege overlast of illegale onderhuur kunnen verhuurders worden genoodzaakt om een juridische procedure te voeren tegen een huurder. Dit om de overtreding op te heffen, maar ook om een boete te incasseren. Doorgaans komen partijen een boetebeding overeen door de ROZ Algemene Bepalingen (met die clausule) van toepassing te verklaren op hun huurovereenkomst. Advocaat mr. Sebastiaan Kieffer van Flinck Advocaten over het boetebeding in de huurovereenkomst met de ROZ Algemene Bepalingen.

Aanvaarding van de ROZ Algemene Bepalingen

De ROZ Algemene Bepalingen dienen op juiste wijze te worden overeengekomen om onderdeel van een huurovereenkomst te zijn. Van belang is dat de ROZ Algemene Bepalingen vóór of tijdens het sluiten van de huurovereenkomst aan de huurder ter hand te zijn gesteld. De huurder dient tevens voor ontvangst van de ROZ Algemene Bepalingen te tekenen. De onderstaande passage staat dan ook vaak  op de slotpagina van een huurovereenkomst:

Afzonderlijke handtekening[en*] van Huurder[s*] voor de ontvangst van een eigen exemplaar van de ‘ALGEMENE BEPALINGEN HUUROVEREENKOMST KANTOORRUIMTE en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW’ als genoemd in artikel x

Handtekening[en*] Huurder[s*]:

 _________________________

Uit rechtspraak blijkt dat deze handtekening essentieel is voor de geldigheid van het boetebeding in de huurovereenkomst uit de ROZ Algemene Bepalingen.

Toepasbaarheid van het boetebeding in de huurovereenkomst

De praktijk leert dat een huurder meestal elke pagina van een huurovereenkomst heeft geparafeerd, waaronder de pagina met het artikel waarin op de toepasselijkheid van de ROZ Algemene Bepalingen wordt gewezen. Indien een verhuurder in een procedure een beroep doet op het boetebeding, dan zal een rechter veronderstellen dat de ROZ Algemene Bepalingen (en daarmee ook het boetebeding in de huurovereenkomst) bij de huurder bekend zijn. Daarmee is het boetebeding in de huurovereenkomst niet per se toepasbaar.

Het komt namelijk ook vaak voor dat een huurder op de slotpagina van een huurovereenkomst slechts één handtekening heeft gezet, en niet specifiek voor de terhandstelling van de ROZ Algemene Bepalingen. Dit is echter essentieel indien een verhuurder in rechte de betaling van een boete vordert van de huurder. Het Gerechtshof heeft namelijk bepaald dat in deze procedure elke rechter de huurder in de gelegenheid behoort te stellen om tegenbewijs te leveren en te onderbouwen (en aan te tonen) dat het boetebeding in de huurovereenkomst met de ROZ Algemene Bepalingen niet zou zijn overeengekomen. Volgens het Gerechtshof slaagt de huurder hierin bij een combinatie van 2 factoren:

  • de huurder betwist de ontvangst van de ROZ Algemene Bepalingen; en
  • de specifieke handtekening voor ontvangst van de ROZ Algemene Bepalingen op de slotpagina ontbreekt.

Kortom, zonder specifieke ondertekening voor ontvangst van de ROZ Algemene Bepalingen kan de huurder op eenvoudige wijze de toepasselijkheid van het boetebeding in de huurovereenkomst voorkomen door dit te betwisten. Nauwkeurigheid bij de totstandkoming van een huurovereenkomst is een verhuurder dan ook sterk aan te bevelen.

Meer informatie?

Wilt u meer informatie? Aarzelt u dan niet om contact op te nemen met advocaat mr. Sebastiaan Kieffer van Flinck Advocaten op telefoonnummer 020 – 26 10 234 of per e-mail: kieffer@flinckadvocaten.nl.